donderdag 31 oktober 2013

Dunedin to Oamaru

Mistige bergwandeling nabij Dunedin
Even buiten Dunedin hebben we een leuke wandeling gemaakt naar een heuveltop. In dit gebied waren vroeger enkele vulkanen actief en op deze heuvelwandeling kon je dit duidelijk merken.

Het orgel was daar een heel duidelijk voorbeeld van. Deze soort basalt stenen waren we in ijsland ook reed tegen gekomen.

De wandeling bracht ons tot in de wolken. Deze vlogen letterlijk over de berg heen. Op een gegeven moment stonden we letterlijk in de wolken. De bomen rond ons waren omringd door mist.

Na even klimmen stonden we op de basaltrotsen en hadden we een 360° uitzicht over de peninsula van Dunedin.


Heuveltop
Port stables winkelstraat "theonlyonewholikedwhatyourmotherhadwasyourfather" rommelwinkel :-)
Onze volgende stop was Port stables. Een klein havenstadje net buiten Dunedin. Het is een klein schattig stadje waar in vergelijking enorm veel verkeer (lees vrachtwagens) doorheen rijden. De weg eindigt hier, maar ondanks dat is het een vrij drukke haven.

Voor als je vergeet waar je bent

Anker

Haven met boomstronken en containers

grote kranen



We verlaten Dunedin en volgen de kustroute naar het noorden. Een van de bezienswaardigheden ondeweg zijn de Moeraki Boulders. Deze gigantische stenen zouden volgens Maori verhalen aangespoeld zijn. Maar eigenlijk zijn deze stenen door erosie langzamerhand bloot komen te liggen vanonder de duinen.

Aan de zee in de open lucht zijn ze natuurlijk onderhevig aan erosie. Dus vele van deze reuzebollen liggen reeds in stukjes op het strand. Gelukkig zijn we nog op tijd om enkele volledige exemplaren te bewonderen.

Stranden nabij Dunedin

Het goede weer reist met ons mee

Op het strand bij de Moeraki Boulders

Tussen grote knikkers

In de grote knikker

Net een geel kuikentje

Matthias doet het dan ook maar

Kijk wat ben ik groot!

En er ligger er overal

Genieten van het uitzicht
Onze eindbestemming voor deze dag is Oamaru. Een stadje gelegen aan de zee en bekend om zijn vele kleine blauwe penguins (dwergpinguins). Als het donker wordt komen de mannetjes massaal de zee uit om hun jongen te voeden. Ze lopen over straat en schreeuwen erop los. Maar voor het zover was zijn we nog even naar het strand geweest. Daar zouden enkele yellow eyed penguins een nestje hebben en tegen de valavond aan land komen. De geeloogpinguins zijn erg zeldzaam en een pak groter dan de dwegpinguins.

We hebben even gewacht en hebben in totaal 2 pinguins aan land zien huppelen. Dicht bij het wandelpad kon je een nestje zien. Dit verbaasde ons wel, want de klim naar het nestje was behoorlijk lang en steil. Blijkbaar geen probleem voor pinguins. Even later zagen we (wellicht dezelfde 2) het wandelpad gebruiken dat naar het strand gaat. Dit werd 's avonds afgesloten om de pinguins de kans te bieden aan land te komen.

Na de geeloogpionguins zijn we terug naar de stad gegaan. Het was reeds donker. Een goede avond voor enkele nachtfoto's. We hebben even gewacht in een donker plekje en plots waren we omringd door wel 20 pinguins. Allemaal aan het huppelen richting nest en luidkeels aan het schreeuwen.

Het was reeds na middernacht als we in ons eigen nestje kropen. Maar dit was het wel waard. "Walking with penguins" het is een ervaring op zich.


Wachten op de yellow eyed penguin

Het verlaten oude centrum

Steampunk HQ by night

De photoshoppe
De volgende dag hebben we ons een klein uurtje uitgeleefd in het Steampunk HQ. Eigenlijk was er niet erg veel aan, het was klein en er stond echt niets dat werkte. De leukere zaken stonden buiten, maar ook dat was enkel leuk doordat we er zelf wat aan konden prutsen.

Bij het buitengaan lazen we echter "Please do not touch the exhibits" en wij maar denken dat dit net de bedoeling was... Whoeps... :-)
Prutsen aan de kraan

Prutsen aan de tractor

The Catlins en Dunedin

Vanaf Invercargill rijden we verder langs de Catlins. Dit is de kustweg tussen Invercargill en Dunedin die langs allerhande kleine dorpjes gaat. De kust is hier vooral geliefd om zijn natuurschoon en rust.

Uitzicht op de zee
The lighthouse

En de beestjes genieten er dan ook met volle teugen van. De eerste stop die we maken is aan de vuurtoren van Waipapa Point.
Hier kan je op het strand zeeleeuwen tegen komen. Ze liggen op het strand te zonnen en trekken zich niet te veel aan van de mensen. Zolang je ze maar laat genieten en niet begint te prikken met een stok ofzo voor een "mooiere" foto.

Zonnen in de zon

Nog meer beestjes in de zon
Er is wel redelijk veel wind in dit deel van het land. En dat is niet alleen vandaag merkbaar. De bomen die er groeien zien er letterlijk verwaaid uit. Over het algemeen is het landschap heel glooiend en groen. We zien dan ook erg veel schapen en boerderijen staan.
Uitgewaaide bomen
Mooie groene velden


Wind in de velden
Mooi weer :-)

Aan het strand van Curio Bay houden we even halt voor het versteend bos. Een oud prehistorisch bos kan je hier bewonderen in de vorm van boomfossielen. Sommige bomen kan je duidelijk zien liggen of staan. Je kan er ook gewoon op rondwandelen, zonder inkom te betalen. Het enige waarvoor je moet opletten is de zee. Als het tij inkomt kunnen je voeten wel eens nat worden...
De zee vanaf het versteend bos
Kijken naar de zee

Steen of boom?
Naar waar zou deze boom gaan?
O ooow...

De Catlins zijn erg rustig en de meeste toeristenbussen slaan dit stuk over wegens "te ver weg". We besluiten om een nachtje te overnachten in de middle of nowhere in een klein schattig huisje.

De volgende dag zetten we onze tocht verder richting Dunedin. We pikken nog enkele korte wandelingen mee naar een 3-tal watervallen en een oude spoortunnel. De laatste waterval (Purakaunui Falls) werd de meest gefotografeerde van de Catlins genoemd. Ze was wel mooi, maar naar mijn mening was de eerste een pak indrukwekkender. Wellicht is dit mede door het feit dat de toeristenbus wel tot de Purakaunui waterval rijdt. Het is nog een 120 km van Dunedin en de wandeling naar de waterval duurt maar 5 minuten. De toeristenbus vol chinezen en oude mensen stopte net toen wij er vertrokken. Net op tijd!
Mooie grote rustige waterval
Lekker fris

Mirror lake
Mirror lake 2
Tunnel track

In Milton namen we nog een korte omweg langs de kustroute. Deze voerde ons voorbij een schattig kuststadje met een klein eilandje voor de kust. Bij laag water kan je wellicht naar het eiland wandelen. Je zal je wandeling dan wel erg kort moeten houden wil je snel en zonder natte voeten terugkeren.

eilandje in de verte

Matthias aan de zee
In Dunedin hebben we verbleven in een hostel voor 1 nacht. Het was er erg druk, dus zijn we de volgende dag verder gereden. Het hostel was volgeboekt, dus zouden we toch een nieuwe accommodatie moeten vinden. Erg veel was er in Dunedin zelf niet te zien. Het station is wel erg mooi en er staan ook enkele oude gebouwen en kerken. Maar die hebben we in Europa ook ;-)
Het station van Dunedin
In het stationsgebouw - de loketten


Dunedin:
Opgericht door de schotten naar het beeld van Edinburgh. Zo kan je Dunedin het best omschrijven. Het is gebouwd op heuvelachtig gebied, er staan erg veel kerken en oude gebouwen en er is een kasteel. Bovendien is de gaelic naam van Edinburgh Dunedin. Hier houdt de vergelijking ook ver op.

 Even buiten Dunedin stad heb je de steilste straat in de wereld. Baldwin street heeft op het steilste stuk geen asfalt, want dit zou bij warm weer naar beneden stromen. In de zomer komen hier bussen toeristen. Er is zelfs een parkeerplaats voor de bus voorzien. Gelukkig is het nu geen hoogseizoen en konden we de straat op ons gemak beklimmen.

De steilstt straat in de wereld

scheve Eva

Grote mensen wonen rechts, kinderen wonen links



Invercargill en Bluff

Vanuit Te Anau zijn we verder naar het zuiden gereden (veel zuiden is er niet meer over...). Onze volgende stopplaats is Invercargill. Een provinciestad die groot geworden is op het exporteren van producten uit het zuiden (schapen, wol, …) naar Australie en Europa. 

Er is niet echt veel te zien dus veel toeristen zie je hier niet rondlopen. We hebben overnacht in een holiday park. Bij ons zouden ze dergelijk park een kampeerterein noemen. Het was niet de beste plek om te overnachten. De keuken was niet bepaald proper te noemen en de kamer voelde wat scoutslokalig aan. We maakten er niet echt een probleem van. We zaten in ieder geval warm en droog.

Buiten was het aan het regenen. En met regenen bedoel ik echt gieten. Het hele park was een zwembad en je moest springen tussen hoger gelegen heuveltjes om niet tot op je enkels in het water te staan.

In de stad heb je een museum waar je kon kijken naar de tuatara. Dat is een soort reptiel dat al 180 miljoen jaar rondloopt, een levend fossiel. Het beestje leeft op zijn dooie gemak. Ze worden pas gezien als volwassen na hun 70ste levensjaar en ze worden tot wel 250 jaar oud. Denk daar maar even over na. 250 jaar geleden was het jaar 1760. De Verenigde Staten van Amerika bestond nog niet. Belgie bestond nog niet. Er woonde nog geen enkele Blanke in Australie en Nieuw Zeeland.

De andere “grote” attractie in Invercargill is een hardware store (lees: een grote Brico). In hun winkel hebben ze een verzameling motoren staan. Een aantal van de eigenaar en een aantal van de beroemde Burt Munroe. Burt Munroe had in 1920 een splinternieuwe Indian gekocht en na 40 jaar sleutelen was het de snelste Indian in de wereld. Officieel kon de motor 308km/u rijden maar volgens verschillende bronnen haalde hij bij testritten soms 322km/u. Als je de motor in het echt ziet besef je pas hoe zot die jongen was. De motor zit amper 30cm boven de grond. Veel meer dan 2 wielen en een motor heeft hij niet. Voor de geinterreseerden: De film “The world fastest Indian” vertelt de recordpoging van Burt Munroe op een geweldige manier. 


De echte motor, amper 30cm hoog

Het omhulsel waar hij het record mee heeft gebroken

Chevy die een motor probeert te maken... hopeloos..




Bluff
Na een nachtje in het scoutslokaal rijden we verder naar het zuidelijkste dorpje van het zuideiland. In Bluff krijgen we veel wind te verwerken maar de regen is in ieder geval gestopt. De SH1, de “grote” snelweg die door heel het zuideiland loopt, eindigt (of begint) hier. En dat kan je vrij letterlijk nemen. Je bent rustig aan het rijden en dan heb je plots de zee met een kleine parking. Net als op het meest noordelijkste puntje (Cape Reinga: zie begin van de trip) heb je ook hier een paaltje staan met pijltjes naar verschillende steden in de wereld.

Eva aan het einde van de wereld


Ten zuiden van het zuideiland ligt Steward Island. Ik denk dat daar het einde van de regenboog is. Jammer dat we er niet naartoe kunnen gaan.

De Maori geloofden dat het zuideiland een gigantische waka (kano) was en dat Steward Island het anker was (ze geloven hier nogal rare dingen). Een kunstenaar heeft daarop ingespeeld door in Bluff een grote ketting te maken die in de zee gaat. Op Steward Island vind je dezelfde ketting die uit het water komt. Op die manier hangt Steward Island (het anker) dus vast aan het zuideiland (de waka). Even voor de duidelijkheid: De ketting ligt niet echt de hele lengte (35km) op de zeebodem.
Kabel naar het anker "Steward Island"


Net voor onze ochtendwandeling zijn we nog even naar toilet gegaan. Normaal gezien delen we zulke informatie niet maar deze WC was wel een van de meest moderne die we ooit hebben gezien.



Niet ver van de parking begint een wandeling naar Bluff Hill, grofweg 2uur wandelen. De wandeling brengt je langs de winderige kust en dan verder omhoog door wat bossen. De top van Bluff hill is wat ontchoochelend. Je hebt wel een mooi uitzicht (niet spectaculair toen wij er waren). Maar naast het uitzicht heb je ook een aantal sateliet schotels en gsm masten. De weg naar beneden brengt je terug door de bossen. Een aangenamen wandeling maar niets spectaculair.
Uitzicht naar de wandeling
Boompjes


We stappen terug in de wagen en rijden deze keer niet naar het zuiden maar naar het oosten, richting the catlins. Vanaf nu zijn we, jammer genoeg, op weg naar ons eindpunt: Christchurch.